Artikel

De vijf verbonden

Van Noach tot het nieuwe verbond loopt er één doorgaande lijn door heel de Bijbel. In dit artikel lopen we de vijf verbonden langs die je echt vanuit de Schrift kunt aanwijzen, en zien we hoe ze allemaal heen wijzen naar Jezus. Pak er gerust je eigen Bijbel bij en lees mee.

Deel dit artikel

Inleiding

Als je op internet op zoek gaat naar "de verbonden in de Bijbel", kom je al snel een lijstje van zeven verbonden tegen. Toch kun je die zeven niet hard maken vanuit de Schrift. Vaak wordt bijvoorbeeld het gebod aan Adam en Eva, om niet van de boom te eten, als een apart verbond geteld. Maar een gebod is iets anders dan een verbond. Een verbond is een afspraak, en die twee mogen we niet door elkaar halen, anders kun je net zo goed elk van de tien geboden een apart verbond noemen. Wij houden ons daarom aan de vijf verbonden die letterlijk in de Bijbel "verbond" worden genoemd: het verbond met Noach, met Abram, met Mozes, met David, en het nieuwe verbond.

Dat opblazen van vijf naar zeven komt niet uit de lucht vallen. Het is de bedelingenleer (ook wel het dispensationalisme genoemd) die de Bijbel in zeven tijdperken opdeelt, en om dat schema kloppend te krijgen, zijn er ook zeven verbonden nodig. Daarom worden er dingen bijgeteld die eigenlijk geen verbond zijn, zoals dat gebod in de hof van Eden dat we net noemden. Zo zie je opnieuw hoe diep de bedelingenleer overal in is verweven, tot het toevoegen van niet-bestaande verbonden aan toe, en juist daarom is ze ook echt een gevaar. Je denkt dan dat je de Bijbel begrijpt, terwijl je uitleg in werkelijkheid leunt op een leer die er van alles bij heeft bedacht. Daardoor raakt het evangelie zelf scheef, en dat werkt overal in door: zo begrijp je bijvoorbeeld ook de leer over de eindtijd niet meer goed. Ze leest de verbonden namelijk vaak als verschillende manieren waarop mensen in verschillende tijden gered zouden worden, en dat vinden we nergens in de Schrift terug. Van Genesis tot Openbaring is er maar één manier van redding, en dat is genade, door geloof. Die ene lijn, redding door geloof, noemen we het eeuwige evangelie, en die loopt als een rode draad door alle verbonden heen.

Twee begrippen helpen enorm om de verbonden te snappen. Ten eerste het verschil tussen een eenzijdig en een tweezijdig verbond. Bij een eenzijdig verbond doet God alleen een belofte en neemt Hij alle verplichting op Zich, zonder dat de ander iets terug hoeft te doen. Bij een tweezijdig verbond gaan twee partijen samen een afspraak aan, met rechten en plichten aan beide kanten. Van de vijf verbonden is er maar één tweezijdig, en de andere vier zijn eenzijdig. Waarom dat zo is, wordt onderweg prachtig duidelijk.

Ten tweede het beeld van schaduw en vervulling, ook wel typologie genoemd. Het Oude Testament laat vaak de omtrek zien, de schaduw van iets, en in het Nieuwe Testament wordt dat beeld werkelijkheid in Christus. De schrijver van de Hebreeënbrief zegt het misschien nog wel het duidelijkst. Hij noemt heel de oudtestamentische eredienst, met haar wet en haar offers, een schaduw, tegenover het wezen van de dingen zelf, de werkelijkheid die in Christus is:

„Want de wet, die slechts een schaduw heeft van de toekomstige heilsgoederen en niet het wezen van de dingen zelf, kan nooit met dezelfde offers, die zij jaar in jaar uit ononderbroken brengen, hen die naderen tot volmaaktheid brengen.”
Hebreeën 10:1

Paulus schrijft in dezelfde lijn, en noemt daarbij zelfs de feestdagen en de sabbatten met name:

„Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten. Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus.”
Kolossenzen 2:16-17

Met die twee sleutels in de hand gaan we de vijf verbonden langs. Je zult zien dat ze niet los van elkaar staan, maar samen naar één punt toe wijzen: de Heere Jezus.

Verbond met Noach

Het eerste verbond sluit God met Noach, na de zondvloed. Lees Genesis 9 vanaf vers 8. Meteen valt op dat God zegt: "Ik maak Mijn verbond." Hij richt het op, en Hij doet dat niet alleen met Noach en zijn zonen, maar ook met alle dieren en met de aarde zelf. Dat is belangrijk, want het laat zien dat dit verbond niet gaat over een manier waarop mensen gered worden. Dieren hebben immers geen reddingsplan. Dit verbond gaat over iets anders: God belooft dat Hij de aarde niet meer door een vloed zal verwoesten.

Het is een eenzijdig verbond. God legt Zichzelf de belofte op, en de mens hoeft er niets voor te doen. En het is een eeuwig verbond, met een teken erbij: de regenboog. Let goed op het onderscheid, want de regenboog is niet het verbond zelf, maar het teken van het verbond. Zoals een ring kan horen bij een belofte, maar niet de belofte zelf is.

„Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is.”
Genesis 9:16

Waarom geeft God dit verbond? Om te laten zien dat Híj het is die de aarde draagt en in stand houdt. Niet de mens bepaalt of de wereld blijft bestaan, en geen enkele macht kan daar iets aan veranderen. Dat geeft rust: we hoeven niet in angst te leven, want de aarde ligt in Gods hand. De belofte aan Noach staat nog altijd: God zal de aarde niet meer door water verwoesten.

En toch is er iets bijzonders aan de hand met dat woord "eeuwig". Want God noemt dit een eeuwig verbond, en tegelijk zegt de Bijbel dat deze wereld uiteindelijk wél zal vergaan, niet meer door water, maar door vuur, op de dag van het oordeel:

„Maar de dag van de Heere zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden.”
2 Petrus 3:10

Hoe kan het dan een "eeuwig" verbond zijn, als deze wereld straks door het vuur heen gaat? Hier ligt een sleutel die je bij álle verbonden nodig hebt. "Eeuwig" in de Bijbel betekent niet: eeuwig los van Christus, maar juist: door Christus heen eeuwig. De oude wereld ging onder in het water, en Noach werd gespaard in de ark. Straks gaat deze wereld door het vuur, en gespaard worden zij die in Christus zijn. Zoals de ark toen de veilige plek was, zo is Christus dat nu. Zijn wij in Hem, dan worden wij voor eeuwig gespaard. Houd dit principe goed vast, want telkens als er bij een verbond "eeuwig" staat, is dat eeuwig in Hem.

En de rode draad? Ook hier is dat het geloof. Noach werd niet gered door zijn eigen prestatie, alsof het bouwen van de ark hem behield. Hij bouwde die ark juist ómdat hij God geloofde. De Hebreeënbrief zegt het zo:

„Door het geloof heeft Noach, toen hij een aanwijzing van God ontvangen had van de dingen die nog niet te zien waren, uit ontzag voor God de ark gebouwd, tot redding van zijn gezin. Daardoor heeft hij de wereld veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden van de gerechtigheid die overeenkomstig het geloof is.”
Hebreeën 11:7

Zijn werk was dus geen manier om gered te worden, maar het gevolg van een geloof dat er al was. Precies zoals dat bij ons ook hoort te zijn.

Verbond met Abram

Het tweede verbond sluit God met Abram, in Genesis 15. God neemt hem mee naar buiten, wijst hem op de sterren, en belooft hem een ontelbaar nageslacht. En dan volgt een van de mooiste verzen over geloof uit heel de Bijbel:

„Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn. En hij geloofde in de HEERE, en Die rekende hem dat tot gerechtigheid.”
Genesis 15:5-6

Ook hier weer die rode draad: Abram werd gerechtvaardigd door zijn geloof, niet door iets wat hij presteerde. En let dan op hoe het verbond gesloten wordt. Abram legt de offerdieren klaar, maar op het moment dat God het verbond sluit, valt er een diepe slaap op hem. Hij slaapt. En terwijl hij slaapt, gaat er een rokende oven met een vurige fakkel tussen de stukken door. God alleen sluit het verbond.

„En het gebeurde dat de zon onderging en het donker werd; en zie, er was een rokende oven en een brandende fakkel, die tussen die stukken doorging. Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abram, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat.”
Genesis 15:17-18

Dit is dus opnieuw een eenzijdig verbond. Abram kon niets tekenen, want hij sliep. God nam alle verplichting op Zich. En het is een eeuwig verbond, waarin God een nageslacht, een land en een zegen belooft.

Maar wie is dat nageslacht? Daar wordt het Nieuwe Testament heel precies. Paulus wijst erop dat de belofte niet aan "nageslachten" in het meervoud werd gedaan, maar aan één Nageslacht:

„Welnu, zo zijn de beloften aan Abraham en aan zijn nageslacht gedaan. Hij zegt niet: En aan de nageslachten, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Nageslacht; dat is Christus.”
Galaten 3:16

De belofte aan Abram komt dus tot vervulling in Christus, en daarmee in allen die bij Christus horen. Dat maakt Paulus even verder onmogelijk te missen:

„Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Grieks, slaaf of vrije, man of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus. En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.”
Galaten 3:28-29

Zie je hoe mooi dit past? God gebruikte één man, om daaruit één volk en één beloofd land te laten voortkomen. Dat is de schaduw. De vervulling is geestelijk: uit die Ene, Christus, komt een ontelbaar volk voort, Gods kinderen door geloof, met een blijvend erfdeel.

Verbond met Mozes

Het derde verbond is anders dan alle andere, en juist daarom zo leerzaam. God sluit het bij de berg Sinaï met het volk Israël, door Mozes. Van de vijf verbonden is dit het enige tweezijdige verbond, een afspraak van twee kanten. Lees Exodus 24. God geeft Zijn woorden en verordeningen, en het volk antwoordt: "Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen." Er valt hier geen diepe slaap op het volk, zoals bij Abram. Het volk zegt zelf actief "ja".

„Hij nam het boek van het verbond en las het ten aanhoren van het volk voor. En zij zeiden: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en Hem gehoorzamen. Toen nam Mozes het bloed, sprenkelde het op het volk en zei: Zie, dit is het bloed van het verbond dat de HEERE met u sluit op grond van al die woorden.”
Exodus 24:7-8

Let op die laatste woorden: "op grond van al die woorden". Dit verbond rust op de woorden en de instemming van het volk. Het is voorwaardelijk, en dat blijkt ook uit wat God vooraf zei:

„Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.”
Exodus 19:5

Een duidelijk "als ... dan". En het is belangrijk om te zien dat dit een ánder verbond is dan het verbond met Abraham. Mozes zegt dat met zoveel woorden:

„De HEERE, onze God, heeft op de Horeb een verbond met ons gesloten. Niet met onze vaderen heeft de HEERE dit verbond gesloten, maar met ons, wij die hier heden allen in leven zijn.”
Deuteronomium 5:2-3

Hier worden dus twee verbonden uit elkaar gehouden. Het verbond met Abraham was eenzijdig en eeuwig. Dit verbond met het volk is tweezijdig en niet eeuwig. En omdat het tweezijdig is, kán het ook verbroken worden. Dat is precies wat er gebeurde, en nog wel heel snel. Terwijl Mozes nog op de berg was, maakte het volk een gouden kalf en boog zich daarvoor neer (Exodus 32). De afspraak die ze net hadden gemaakt, was binnen maximaal veertig dagen gebroken. Mozes wierp de stenen tafelen stuk, een aangrijpend beeld: het verbond lag letterlijk aan gruzelementen.

En wiens schuld was dat? Niet die van God, maar die van het volk. Het Nieuwe Testament zegt het onomwonden:

„niet overeenkomstig het verbond dat Ik met hun vaderen sloot, op de dag toen Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte uit te leiden. Want zij bleven niet in Mijn verbond en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, zegt de Heere.”
Hebreeën 8:9

Waarom liet God dit ene verbond tweezijdig zijn? Om iets te laten zien wat we allemaal moeten leren: als het van ons afhangt, houden we het niet. We houden het als mens nog geen veertig dagen vol. Zo snel gaat het mis wanneer redding en verbond op onze eigen inspanning zouden rusten. Juist zo maakt God duidelijk dat we een Redder nodig hebben.

En daar wijst dit verbond dan ook naar. Mozes stond tussen God en het volk in, als bemiddelaar, en pleitte voor genade toen het volk gezondigd had. Daarin is hij een schaduw van de ene, echte Middelaar:

„Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.”
1 Timotheüs 2:5

Ook de wet die bij dit verbond hoort, had een doel, maar niet het doel om ons langs die weg te redden. De wet laat juist zien dat we het uit onszelf niet halen, en zo brengt ze ons bij Christus:

„Zo is dan de wet onze leermeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof gerechtvaardigd zouden worden.”
Galaten 3:24

Nog iets moois: naast dit tweezijdige verbond liep het eeuwige verbond gewoon door. Denk aan de sabbat, de rustdag, die een teken werd genoemd van dat blijvende verbond. Zoals de regenboog het teken was bij Noach, zo wees de sabbat vooruit naar de rust die we in Christus vinden. Want ook de sabbat is, in de woorden van Paulus die we in de inleiding al aanhaalden, "een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus" (Kolossenzen 2:17). Dat het verbond van Sinaï verbroken en tijdelijk was, betekent dus nooit dat God ontrouw werd, want daaronder liep altijd het eeuwige evangelie door.

Verbond met David

Het vierde verbond sluit God met David, in 2 Samuel 7. God belooft dat Hij uit David een koningschap zal doen voortkomen dat blijft bestaan. Niet David bouwt een huis voor God, maar God bouwt een huis, een koningshuis, voor David.

„Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen.”
2 Samuël 7:12-13

Ook dit is een eenzijdig en eeuwig verbond. David noemt het aan het einde van zijn leven zelf "een eeuwig verbond" (2 Samuel 23:5). En waarom is dat koningschap zo belangrijk? Omdat het een schaduw is van de Koning die komen zou. De profeet Jesaja zag het al:

„Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid.”
Jesaja 9:6

Die belofte reikt verder dan David zelf, naar de grote Zoon van David, naar de Koning die werkelijk eeuwig regeert. Bij de aankondiging van de geboorte van Jezus klinkt het dan ook zo:

„Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koningschap zal geen einde komen.”
Lukas 1:32-33

Er zit in dit verbond nog een prachtig beeld verborgen, opnieuw een schaduw, in de verhouding tussen David en zijn zoon Salomo. David was een man van oorlog. Hij streed de strijd, onderwierp de vijanden en legde alles klaar voor de bouw van de tempel, maar hij mocht die zelf niet bouwen. Dat werd het werk van Salomo, een man van vrede, in wiens dagen rust en voorspoed over Israël kwamen, de gouden eeuw van het volk. De vader bereidde het koninkrijk voor, en de zoon ontving het en regeerde in vrede. God kondigde het David al van tevoren aan:

„Zie, een zoon zal u geboren worden; die zal een man van rust zijn, want Ik zal hem rust geven van al zijn vijanden van rondom. Ja, Salomo zal zijn naam zijn, want Ik zal in zijn dagen vrede en rust over Israël geven. Hij zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en hij zal Mij tot een zoon zijn, en Ik hem tot een Vader. En Ik zal de troon van zijn koningschap tot in eeuwigheid over Israël bevestigen.”
1 Kronieken 22:9-10

Zie je het beeld? David en Salomo zijn hier een schaduw van God de Vader en de Zoon. Let ook op die woorden: "hij zal Mij tot een zoon zijn, en Ik hem tot een Vader." De Vader heeft het koninkrijk voorbereid, en de Zoon, de Heere Jezus, zal het straks ontvangen en als Koning regeren in vrede. Dat is het vrederijk, het duizendjarig rijk waarin Christus heerst. Zoals Salomo de tempel bouwde en in rust regeerde, zo zal de grote Zoon van David regeren in een koninkrijk van vrede dat nooit meer eindigt.

Daarom staat Jezus ook niet voor niets in de geslachtslijn van David (Mattheüs 1). Het koningschap dat bij David begon, komt tot volle vervulling in Koning Jezus, die zal regeren, samen met allen die in Hem geloven (Openbaring 20:6). En ook David zelf werd niet gered door zijn koningschap, maar door datzelfde geloof, die eeuwige rode draad:

„zoals ook David de mens zalig spreekt aan wie God gerechtigheid toerekent zonder werken: Welzalig zijn zij van wie de ongerechtigheden vergeven, en van wie de zonden bedekt zijn, welzalig is de man aan wie de Heere de zonde niet toerekent.”
Romeinen 4:6-8

Ook de grootste koning van Israël leefde dus van genade, precies zoals wij.

Het nieuwe verbond

En zo komen we bij het vijfde en laatste verbond, waar alles naartoe wees: het nieuwe verbond. Het bijzondere is dat God dit al lang van tevoren aankondigt, bij monde van de profeet Jeremia. En dan zegt Hij er nadrukkelijk bij dat dit níet hetzelfde verbond is als dat van Sinaï, het verbond dat het volk verbroken had.

„Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden, toen zij mijn verbond verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE. Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.”
Jeremia 31:31-33

Zie het verschil met Sinaï. Toen stond de wet op stenen tafelen, buiten de mens. Nu schrijft God Zijn wet ín het hart. Het is geen verbond meer van afkomst of van uiterlijke regels, maar een verbond van binnenuit, van het hart. En dat verklaart ook waarom een echte "Jood" in het Nieuwe Testament niet aan het uiterlijk te herkennen is:

„Want niet híj is Jood die het in het openbaar is, en niet díe is de besnijdenis die in het openbaar in het vlees plaatsvindt, maar híj is Jood die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.”
Romeinen 2:28-29

Waarop rust dit nieuwe verbond dan? Niet op onze woorden, zoals bij Sinaï, maar op het bloed van Christus. Jezus zegt het zelf bij het laatste avondmaal, met de beker in Zijn hand:

„Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.”
Lukas 22:20

Zoals het verbond bij Mozes met bloed werd bekrachtigd, zo bekrachtigt Jezus dit nieuwe verbond met Zijn eigen bloed. En de Hebreeënbrief, die datzelfde gedeelte uit Jeremia aanhaalt, trekt daaruit een heldere conclusie: dit nieuwe verbond is een beter verbond, en het oude is daarmee voorbij.

„Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmee het eerste oud gemaakt. En wat oud gemaakt is en wat veroudert, is dicht bij de verdwijning.”
Hebreeën 8:13

Dat is een belangrijke gedachte, ook voor vandaag. Het verbond dat God bij de Sinaï met het volk sloot, was tweezijdig, is verbroken en is door het nieuwe verbond vervangen. Je kunt er daarom geen blijvende aanspraken op bouwen, bijvoorbeeld om een land of een volk vandaag nog "Gods volk" te noemen los van Christus. Het verbond met Abraham blijft wél eeuwig staan, maar juist dát verbond vindt zijn vervulling in Christus en in allen die bij Hem horen.

Alles wijst naar Jezus

Als we de vijf verbonden overzien, zien we twee dingen tegelijk gebeuren. Aan de ene kant lopen de verbonden op, stap voor stap, van Noach naar Abram, naar Mozes, naar David, tot aan het nieuwe verbond. Aan de andere kant loopt daar dwars doorheen, van het begin tot het einde, die ene rode draad: het eeuwige evangelie. Noach, Abram, Mozes, David, zij werden allemaal door hetzelfde geloof gerechtvaardigd, en niet door hun werken. Er is nooit een tijd geweest waarin mensen op een andere manier gered werden.

En elk verbond bleek een schaduw te zijn die naar Jezus wijst. God bewaart de aarde tot Hij komt. Uit Abram komt het ware Nageslacht, Christus, en in Hem een ontelbaar volk. Mozes de bemiddelaar wijst naar de ene Middelaar. Het koningschap van David wijst naar Koning Jezus. En het nieuwe verbond, in Zijn bloed, is de vervulling van alles. Het draait, van Genesis tot Openbaring, om Hem.

„En ik zag een andere engel, die hoog aan de hemel vloog. En hij had het eeuwige Evangelie, om dat te verkondigen aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie, stam, taal en volk.”
Openbaring 14:6

Dat eeuwige Evangelie is er nog steeds, en het klinkt voor ieder mens. Je hoort niet bij Gods volk door je afkomst, je religie of je inspanning, maar door geloof in de Heere Jezus Christus. Dat is het hart van alle verbonden, en het is de uitnodiging die vandaag ook voor jou geldt. Ben je nog op zoek, of niet zeker of je Hem kent, lees dan eens onze pagina Wie is Jezus?. Alles in de Bijbel wijst naar Hem.

Na al deze verbonden blijft er nog maar één vraag over, en die is heel persoonlijk: wat doe jij met Jezus? Alles wijst naar Hem, en Hij roept je vandaag. Wij hebben allemaal een Middelaar nodig, want uit onszelf kunnen we niet voor God bestaan. Maar in de Heere Jezus Christus, de enige Middelaar tussen God en mensen, is er volkomen vergeving en vrede met God. Stel die keuze alsjeblieft niet uit tot morgen, want niemand van ons weet of hij morgen nog leeft.

„u, die niet weet wat er morgen gebeuren zal, want hoe is uw leven? Het is immers een damp, die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt.”
Jakobus 4:14

Wacht daarom niet. Bekeer je tot de Heere Jezus. Dat betekent niet dat jij iets moet presteren of jezelf eerst moet verbeteren, maar dat je je vertrouwen volledig op Hem legt: op Zijn offer, waarmee Hij de prijs voor jouw zonde heeft betaald, op Zijn werk aan het kruis, dat Hij volbracht heeft, en op het feit dat Hij nu bij de Vader voor je pleit. Wie zo op Hem vertrouwt, zal behouden worden. Want je redt jezelf niet, en je hoeft jezelf ook niet eerst goed genoeg te maken. Het is God die redt, uit genade, door het geloof.

„Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen.”
Efeze 2:8-9

Kom daarom vandaag, precies zoals je bent, tot Hem. Vandaag is de dag. Kom tot Hem, en leef.

Stel gerust je vraag

Een vraag over het geloof?

Je bent niet de enige met vragen. Veel mensen vragen zich af wie Jezus is, waarom er lijden bestaat, wat er in de wereld gebeurt of hoe geloof werkt. Hieronder vind je antwoorden op vragen waar mensen al generaties lang mee rondlopen. Staat jouw vraag er niet tussen? Stel hem gerust hieronder.

Misschien wel de belangrijkste, en de mooiste, vraag die je kunt stellen. Want Jezus is geen verhaal van lang geleden, maar Iemand die je vandaag echt mag leren kennen. Heeft Hij werkelijk bestaan? En als dat zo is, wie is Hij dan voor jou? We nemen je daar graag in mee, van het historische bewijs dat Hij geleefd heeft tot wat het voor je leven kan betekenen om Hem persoonlijk te kennen.

Lees verder op de pagina Wie is Jezus?

Het korte antwoord is: om onze zonde. Maar wat is zonde eigenlijk? Het gaat niet in de eerste plaats om de losse dingen die misgaan, zoals een leugen of iets wat je ooit hebt gestolen. Dat zijn eerder de gevolgen; het werkelijke probleem zit dieper.

Het begon al in het paradijs. God gaf de mens bewust een vrije keuze, want zonder vrijheid is er geen echte liefde en geen echte relatie mogelijk; je zou niet meer dan een robot zijn. Maar de mens koos zijn eigen weg en keerde God de rug toe. En precies dat is de kern van zonde: niet zozeer één verkeerde daad, maar dat we bij God zijn weggelopen en de relatie met Hem hebben losgelaten.

En juist die relatie wilde God herstellen. Het bijzondere is dat wij dat herstel niet zelf kunnen verdienen, hoe hard we ook ons best doen. Daarom deed God het zelf: Jezus stierf aan het kruis om weg te nemen wat tussen ons en God in stond. Niet omdat wij het verdienden, maar uit liefde. „Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16). Jezus stierf dus niet omdat je het verdiende, maar omdat je geliefd bent. En God wil die relatie ook met jou herstellen.

Deze vraag komt misschien vaak bij je op wanneer je het nieuws volgt. Wat gebeurt er toch allemaal? Soms lijkt het wel of iedereen doordraait. Het is een begrijpelijke vraag, en er is ook een antwoord op. Dat vinden we in de Bijbel.

Veel van wat we om ons heen zien, raakt aan wat de Bijbel de eindtijd noemt: de periode die toeloopt naar de terugkomst van Jezus. Dat klinkt misschien spannend, maar het is vooral een boodschap van hoop. Het laat zien dat de geschiedenis niet stuurloos is, maar in Gods handen ligt, en dat Hij de wereld eens helemaal nieuw zal maken.

In onze gemeente hebben we hier een serie Bijbelstudiemiddagen aan gewijd, waarin de eindtijd uitgebreid aan bod komt. Je vindt ze op de pagina hieronder.

Bekijk de Bijbelstudies over de eindtijd

Wat een super mooi verlangen. De doop is een feestelijk moment waarop je openlijk laat zien dat je bij Jezus hoort en Hem wilt volgen. En het is niet alleen een mooi moment om te beleven; het is net zo waardevol om ten diepste te begrijpen wat de Bijbel over de doop leert.

In de Bijbel volgt de doop namelijk op het geloof. Een mooi voorbeeld staat in Handelingen 8. Filippus ontmoet daar een kamerheer uit Ethiopië die in de Schriften zit te lezen zonder ze te begrijpen. Filippus legt hem uit wat er staat en vertelt hem over Jezus. Zodra de kamerheer tot geloof komt, ziet hij water langs de weg en vraagt hij of hij gedoopt mag worden, en zo gebeurt het: hij wordt gedoopt op grond van zijn geloof. Eerst dus het onderwijs uit de Schriften en het geloof, en daarna pas de doop.

Wat er bij de doop gebeurt, legt Paulus uit in Romeinen 6. Door onder te gaan in het water beeld je uit dat je oude leven met Christus gestorven is en dat je samen met Hem opstaat in een nieuw leven (Romeinen 6:3-4). Dat opstaan in een nieuw leven gebeurt eigenlijk al bij de wedergeboorte, het moment waarop je tot geloof komt en God je van binnenuit nieuw maakt. De waterdoop laat die innerlijke werkelijkheid zichtbaar zien.

Maar denk niet dat het daarmee alleen een mooi gebaar is. De doop is geen droge handeling zonder uitwerking, en God heeft hem ook niet ingesteld om enkel een bijzonder moment te beleven en verder niets. Je maakt openlijk bekend, voor de mensen om je heen en in de geestelijke wereld, dat je van Jezus bent. Het is een daad met gewicht, die ook in het onzichtbare gezien en gehoord wordt.

Hoe de doop precies in zijn werk gaat en wat het betekent, bespreken we graag samen. En we maken ook graag eerst kennis met je. Als gemeente dragen we namelijk mede de verantwoordelijkheid dat iemands getuigenis en belijdenis van het geloof oprecht is, en juist daarom leren we elkaar eerst graag goed kennen.

Neem contact op om een afspraak te maken

Dit is misschien wel de moeilijkste vraag die er is, en we willen er eerlijk over zijn: de Bijbel geeft geen kant-en-klaar antwoord dat alle pijn in één keer verklaart. Maar de Bijbel laat ons ook niet met lege handen staan.

Om te beginnen: God is niet de oorzaak van het lijden. Toen de mens zich van God afkeerde, raakte niet alleen ons eigen hart beschadigd, maar de hele wereld. Lijden, onrecht en dood horen niet bij hoe God het bedoeld heeft; ze zijn een gevolg van die gebrokenheid. God heeft het kwaad dus niet gewild, al geeft Hij ons wel de vrijheid waarin het kan bestaan.

Vaak vragen we ook: waarom laat God dit dan toe? Maar eerlijk gezegd zoeken we daarmee soms een excuus voor de keuzes die wij zelf maken. Veel van het lijden in de wereld komt namelijk niet van God, maar uit onze eigen handen. Neem oorlog: als we daar morgen mee zouden stoppen, was er vrede. God houdt de wapens niet vast, dat doet de mens.

Het bijzondere van het christelijk geloof is dat God het lijden niet van een afstand bekijkt. In Jezus is Hij zelf mens geworden en heeft Hij verdriet, pijn en zelfs de dood gekend. Je hebt dus geen God die het niet snapt, maar Eén die er middenin is geweest en naast je wil staan.

En de Bijbel belooft dat dit niet het einde is. Er komt een dag waarop God alles nieuw maakt, waarop Hij elke traan van de ogen afwist en er geen dood, verdriet of pijn meer zal zijn (Openbaring 21:4). Zodat het wordt zoals God het bedoeld heeft. Tot die tijd mogen we, juist ook met onze waaroms, bij Hem schuilen.

Staat je vraag er niet bij? Zoek ook eens in onze artikelen

Stel hem hieronder, dan nemen we persoonlijk contact met je op.

We gaan zorgvuldig met je gegevens om en reageren persoonlijk.