Wie is Jezus?

De vraag die alles verandert

Geen persoon heeft de geschiedenis méér gevormd dan Jezus van Nazareth. Maar wie was Hij nu echt? We beginnen bij het begin: heeft Hij eigenlijk wel bestaan?

Historisch bewijs

Heeft Jezus echt bestaan?

Onder historici bestaat daarover nauwelijks discussie. Vrijwel alle deskundigen (gelovig of niet) zijn het erover eens dat Jezus van Nazareth een echt mens was: iemand die in de eerste eeuw in Galilea en Judea leefde, een beweging op gang bracht en onder de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus werd gekruisigd.

Dat weten we niet alleen uit de Bijbel. Ook bronnen van búiten het christendom bevestigen het:

Tacitus Romeins historicus en senator · ca. 116 n.Chr. In zijn Annalen beschrijft Tacitus (algemeen beschouwd als een van de betrouwbaarste geschiedschrijvers van Rome) hoe keizer Nero de christenen de schuld gaf van de grote brand van Rome in het jaar 64. Daarbij noteert hij dat hun naamgever, „Christus”, onder keizer Tiberius door stadhouder Pontius Pilatus was terechtgesteld. Veelzeggend is dat Tacitus zelf niets met het christendom had, hij noemt het zelfs een „verderfelijk bijgeloof”. Juist daarom weegt zijn bevestiging zo zwaar: ze komt van een ronduit vijandige bron.
Flavius Josephus Joods historicus · ca. 93 n.Chr. In zijn omvangrijke werk Joodse Oudheden noemt Josephus Jezus tweemaal. Eén keer beschrijft hij de terechtstelling van „Jakobus, de broer van Jezus die Christus werd genoemd”, een passage die vrijwel alle historici als echt aanvaarden. Een tweede, langere vermelding tekent Jezus als leraar die onder Pilatus werd gekruisigd. Zo bevestigt een Joodse, niet-christelijke bron uit de eerste eeuw zélf zowel het bestaan van Jezus als zijn kruisdood.
Plinius de Jongere Romeins gouverneur · ca. 112 n.Chr. Als gouverneur van de provincie Bithynië schrijft Plinius een brief aan keizer Trajanus met de vraag hoe hij met christenen moet omgaan. Hij vertelt dat zij vóór zonsopgang samenkwamen en „Christus als een god” bezongen, en dat ze zich met een eed verbonden om geen kwaad te doen. Tachtig jaar na Jezus’ dood werd Hij dus nog steeds aanbeden, ondanks de dodelijke vervolging van Christenen. Niet door een handjevol, maar door zovelen dat een Romeins bestuurder er beleid voor moest opstellen.

Daar komt bij dat geen enkele tekst uit de oudheid zó goed is overgeleverd als het Nieuwe Testament. Er zijn duizenden handschriften in verschillende talen bewaard gebleven, waarvan sommige verrassend kort na de gebeurtenissen zijn opgeschreven. De berichten over Jezus behoren daarmee tot de best gedocumenteerde van de hele oudheid.

De échte vraag is dus niet of Jezus heeft bestaan, maar wie Hij is. Was Hij slechts een wijze leraar, of werkelijk de Zoon van God? De Bijbel laat daarover geen twijfel bestaan, en vat het in één bekende zin samen:

Johannes 3:16-17

„Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.”

„Iemand die slechts een mens was en zei wat Jezus zei, zou geen groot moreel leraar zijn. Hij zou óf een krankzinnige zijn … óf de Zoon van God.”
C. S. Lewis, Mere Christianity
Zijn eigen woorden

De mooiste moraal die ooit is onderwezen

Lees wat Jezus werkelijk zéi, en je begrijpt waarom zelfs wie niet in Hem gelooft Hem een groot leraar noemt. In de Bergrede (drie hoofdstukken in het evangelie van Matteüs) tekent Hij een moraal die haar gelijke niet kent: oordeel niet, vergeef wie je kwaad doet, geef zonder er iets voor terug te verwachten, en heb zelfs je vijanden lief. Tweeduizend jaar later voelen die woorden nog altijd als de hoogste lat die een mens zich kan voorstellen.

Maar er schuilt iets diepers in. Waarom raken die woorden ons eigenlijk? Waarom weten we (van binnenuit, zonder dat iemand het ons hoeft te leren) dat kwaad verkeerd is en goedheid juist? Een dier kent dat niet. Een leeuw die doodt is niet „slecht”, een aap die zijn rivaal verjaagt is niet „onrechtvaardig”. Maar van een mens verwachten we beter, en doet hij het niet, dan noemen we dat onrecht.

Als wij niets méér zijn dan het resultaat van blinde evolutie, van het overleven van de sterkste, waar komt dat besef van goed en kwaad dan vandaan? Waarom dragen wij, en wij alleen, een moreel kompas met ons mee? Een kompas wijst naar een richting (noord, zuid) die het kompas niet zélf heeft gemaakt. Zo wijst ook ons geweten ergens heen. Als goed en kwaad echt bestaan, dan moet er een Bron van het goede zijn. Als er een morele wet is, dan moet er ook een morele Wetgever zijn. En die Bron is God, Schepper van hemel en aarde.

Het was juist deze gedachte die C. S. Lewis, ooit een overtuigd atheïst, tot geloof bracht. En het is dezelfde Jezus die ons niet alléén heeft verteld wat goed is, maar het ook volmaakt heeft voorgeleefd. Zijn woorden in de Bergrede zijn geen vrijblijvend advies, het is de stem van die Bron zelf.

„De twee belangrijkste dagen in je leven zijn de dag waarop je geboren wordt en de dag waarop je ontdekt waarom.”
toegeschreven aan Mark Twain
De Romeinenroute

De weg naar God in zes verzen

Hoe kom je bij God? In zijn brief aan de Romeinen legt de apostel Paulus het stap voor stap uit. Deze zes verzen worden ook wel de Romans Road genoemd: een heldere weg van het probleem (onze zonde) naar de oplossing: genade door Jezus, en het antwoord van geloof.

Lees de verzen rustig door. Herken je jezelf erin? Dan moedigen we je van harte aan om te bidden, met de woorden van het gebed hieronder of gewoon in je eigen woorden. Het hoeft niet mooi of plechtig, want God kijkt naar je hart. Hij wacht op je antwoord.

  1. 3:10

    zoals geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig (helemaal goed en zonder schuld voor God), ook niet één,

  2. 3:23

    Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God (zijn glorie en nabijheid),

  3. 3:28

    Wij komen dus tot de slotsom dat de mens door het geloof gerechtvaardigd (door God vrijgesproken) wordt zonder werken van de wet (zonder eigen prestaties).

  4. 6:23

    Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave (het onverdiende geschenk) van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere.

  5. 10:9

    Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt (hardop erkent) en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig (gered) worden.

  6. 10:13

    Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen (in gebed om redding roept), zal zalig worden.

Bid je mee?

Een gebed

Vader in de hemel, Jezus Christus,
ik roep tot U.
Ik weet: ik ben een zondaar
en ik weet dat ik de hel verdien.
Maar ik geloof dat U bent gestorven
aan het kruis voor mij
en weer bent opgestaan uit de dood.
Jezus Christus, red mij nu
en geef mij het eeuwige leven.
Ik vertrouw alleen op Uw werk
en niet langer mijn eigen werk.
Dank U wel, amen.

Stel gerust je vraag

Een vraag over het geloof?

Je bent niet de enige met vragen. Veel mensen vragen zich af wie Jezus is, waarom er lijden bestaat, wat er in de wereld gebeurt of hoe geloof werkt. Hieronder vind je antwoorden op vragen waar mensen al generaties lang mee rondlopen. Staat jouw vraag er niet tussen? Stel hem gerust hieronder.

Misschien wel de belangrijkste, en de mooiste, vraag die je kunt stellen. Want Jezus is geen verhaal van lang geleden, maar Iemand die je vandaag echt mag leren kennen. Heeft Hij werkelijk bestaan? En als dat zo is, wie is Hij dan voor jou? We nemen je daar graag in mee, van het historische bewijs dat Hij geleefd heeft tot wat het voor je leven kan betekenen om Hem persoonlijk te kennen.

Lees verder op de pagina Wie is Jezus?

Het korte antwoord is: om onze zonde. Maar wat is zonde eigenlijk? Het gaat niet in de eerste plaats om de losse dingen die misgaan, zoals een leugen of iets wat je ooit hebt gestolen. Dat zijn eerder de gevolgen; het werkelijke probleem zit dieper.

Het begon al in het paradijs. God gaf de mens bewust een vrije keuze, want zonder vrijheid is er geen echte liefde en geen echte relatie mogelijk; je zou niet meer dan een robot zijn. Maar de mens koos zijn eigen weg en keerde God de rug toe. En precies dat is de kern van zonde: niet zozeer één verkeerde daad, maar dat we bij God zijn weggelopen en de relatie met Hem hebben losgelaten.

En juist die relatie wilde God herstellen. Het bijzondere is dat wij dat herstel niet zelf kunnen verdienen, hoe hard we ook ons best doen. Daarom deed God het zelf: Jezus stierf aan het kruis om weg te nemen wat tussen ons en God in stond. Niet omdat wij het verdienden, maar uit liefde. „Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16). Jezus stierf dus niet omdat je het verdiende, maar omdat je geliefd bent. En God wil die relatie ook met jou herstellen.

Deze vraag komt misschien vaak bij je op wanneer je het nieuws volgt. Wat gebeurt er toch allemaal? Soms lijkt het wel of iedereen doordraait. Het is een begrijpelijke vraag, en er is ook een antwoord op. Dat vinden we in de Bijbel.

Veel van wat we om ons heen zien, raakt aan wat de Bijbel de eindtijd noemt: de periode die toeloopt naar de terugkomst van Jezus. Dat klinkt misschien spannend, maar het is vooral een boodschap van hoop. Het laat zien dat de geschiedenis niet stuurloos is, maar in Gods handen ligt, en dat Hij de wereld eens helemaal nieuw zal maken.

In onze gemeente hebben we hier een serie Bijbelstudiemiddagen aan gewijd, waarin de eindtijd uitgebreid aan bod komt. Je vindt ze op de pagina hieronder.

Bekijk de Bijbelstudies over de eindtijd

Wat een super mooi verlangen. De doop is een feestelijk moment waarop je openlijk laat zien dat je bij Jezus hoort en Hem wilt volgen. En het is niet alleen een mooi moment om te beleven; het is net zo waardevol om ten diepste te begrijpen wat de Bijbel over de doop leert.

In de Bijbel volgt de doop namelijk op het geloof. Een mooi voorbeeld staat in Handelingen 8. Filippus ontmoet daar een kamerheer uit Ethiopië die in de Schriften zit te lezen zonder ze te begrijpen. Filippus legt hem uit wat er staat en vertelt hem over Jezus. Zodra de kamerheer tot geloof komt, ziet hij water langs de weg en vraagt hij of hij gedoopt mag worden, en zo gebeurt het: hij wordt gedoopt op grond van zijn geloof. Eerst dus het onderwijs uit de Schriften en het geloof, en daarna pas de doop.

Wat er bij de doop gebeurt, legt Paulus uit in Romeinen 6. Door onder te gaan in het water beeld je uit dat je oude leven met Christus gestorven is en dat je samen met Hem opstaat in een nieuw leven (Romeinen 6:3-4). Dat opstaan in een nieuw leven gebeurt eigenlijk al bij de wedergeboorte, het moment waarop je tot geloof komt en God je van binnenuit nieuw maakt. De waterdoop laat die innerlijke werkelijkheid zichtbaar zien.

Maar denk niet dat het daarmee alleen een mooi gebaar is. De doop is geen droge handeling zonder uitwerking, en God heeft hem ook niet ingesteld om enkel een bijzonder moment te beleven en verder niets. Je maakt openlijk bekend, voor de mensen om je heen en in de geestelijke wereld, dat je van Jezus bent. Het is een daad met gewicht, die ook in het onzichtbare gezien en gehoord wordt.

Hoe de doop precies in zijn werk gaat en wat het betekent, bespreken we graag samen. En we maken ook graag eerst kennis met je. Als gemeente dragen we namelijk mede de verantwoordelijkheid dat iemands getuigenis en belijdenis van het geloof oprecht is, en juist daarom leren we elkaar eerst graag goed kennen.

Neem contact op om een afspraak te maken

Dit is misschien wel de moeilijkste vraag die er is, en we willen er eerlijk over zijn: de Bijbel geeft geen kant-en-klaar antwoord dat alle pijn in één keer verklaart. Maar de Bijbel laat ons ook niet met lege handen staan.

Om te beginnen: God is niet de oorzaak van het lijden. Toen de mens zich van God afkeerde, raakte niet alleen ons eigen hart beschadigd, maar de hele wereld. Lijden, onrecht en dood horen niet bij hoe God het bedoeld heeft; ze zijn een gevolg van die gebrokenheid. God heeft het kwaad dus niet gewild, al geeft Hij ons wel de vrijheid waarin het kan bestaan.

Vaak vragen we ook: waarom laat God dit dan toe? Maar eerlijk gezegd zoeken we daarmee soms een excuus voor de keuzes die wij zelf maken. Veel van het lijden in de wereld komt namelijk niet van God, maar uit onze eigen handen. Neem oorlog: als we daar morgen mee zouden stoppen, was er vrede. God houdt de wapens niet vast, dat doet de mens.

Het bijzondere van het christelijk geloof is dat God het lijden niet van een afstand bekijkt. In Jezus is Hij zelf mens geworden en heeft Hij verdriet, pijn en zelfs de dood gekend. Je hebt dus geen God die het niet snapt, maar Eén die er middenin is geweest en naast je wil staan.

En de Bijbel belooft dat dit niet het einde is. Er komt een dag waarop God alles nieuw maakt, waarop Hij elke traan van de ogen afwist en er geen dood, verdriet of pijn meer zal zijn (Openbaring 21:4). Zodat het wordt zoals God het bedoeld heeft. Tot die tijd mogen we, juist ook met onze waaroms, bij Hem schuilen.

Staat je vraag er niet bij? Zoek ook eens in onze artikelen

Stel hem hieronder, dan nemen we persoonlijk contact met je op.

We gaan zorgvuldig met je gegevens om en reageren persoonlijk.