Artikel

Wat is de bedelingenleer?

Misschien heb je het woord nog nooit gehoord, en toch is de kans groot dat je ermee in aanraking bent gekomen. De bedelingenleer heeft het denken van miljoenen christenen over de Bijbel, Israël en de eindtijd gevormd. In dit artikel gaan we na waar deze leer vandaan komt, wat het woord "bedeling" in de Bijbel werkelijk betekent, en waarom wij er als gemeente liefdevol maar duidelijk voor waarschuwen. Pak er gerust je eigen Bijbel bij en lees mee.

Deel dit artikel

Waarom we hier over schrijven

We weten dat veel oprechte gelovigen de bedelingenleer aanhangen, vaak zonder dat ze het zelf zo noemen. Het zijn broeders en zusters die de Heere Jezus liefhebben, de Bijbel serieus nemen en verlangend uitzien naar Zijn komst. Daar hebben we alleen maar respect voor. Sommigen van ons hebben zelf middenin deze leer gezeten, en weten dus van binnenuit hoe overtuigend het allemaal kan klinken. Het gaat ons in dit artikel dan ook niet om de mensen, maar om de leer.

Waarom dan toch dit artikel? Omdat de bedelingenleer niet zomaar een detail is. Ze werkt als een bril: wie haar eenmaal opzet, leest de hele Bijbel erdoorheen. Ze bepaalt wat je denkt over Israël, over de gemeente, over het Koninkrijk, en vooral over de eindtijd. En juist als het om de eindtijd gaat, waarschuwt Jezus ons als allereerste: "Pas op dat niemand u misleidt" (Mattheüs 24:4). We nodigen je daarom uit om alles wat hier staat zelf te toetsen aan de Schrift. Toets alle dingen, en behoud het goede (1 Thessalonicenzen 5:21).

Wat leert de bedelingenleer?

De bedelingenleer, in het Engels dispensationalism, deelt de geschiedenis op in een aantal tijdperken, de zogenaamde bedelingen. Meestal worden er zeven geteld. De invloedrijke Amerikaanse Bijbelleraar C.I. Scofield, over wie verderop meer, omschreef een bedeling als "een tijdsperiode waarin de mens wordt beproefd op zijn gehoorzaamheid aan een bepaalde openbaring van Gods wil".1 In elke periode zou God de mens dus op een andere manier op de proef stellen, en telkens faalt de mens opnieuw.

Scofield noemde zeven bedelingen: onschuld (in de hof van Eden), geweten (van de zondeval tot de zondvloed), menselijk bestuur (vanaf Noach), belofte (vanaf Abraham), wet (vanaf Mozes), genade (de tijd van de gemeente) en ten slotte het koninkrijk (het duizendjarig vrederijk). Op het eerste gezicht lijkt dat een handig overzicht. Maar onder dat schema liggen twee pijlers die veel verder reiken.

Israël en de gemeente zijn twee aparte volken. Volgens deze leer heeft God twee volken met twee verschillende bestemmingen: Israël als Zijn aardse volk, met aardse beloften, en de gemeente als Zijn hemelse volk. De gemeente zou een soort tussenvoegsel zijn, een periode waarin Gods klok voor Israël even stilstaat.

De gemeente wordt opgenomen vóór de verdrukking. Omdat God Zijn plan met Israël pas weer kan oppakken als de gemeente uit beeld is, zou de gemeente in een geheime opname worden weggenomen, nog vóór de zeven jaar van verdrukking. Daarna richt God Zich weer op het aardse Israël. Uit diezelfde gedachtegang is ook het christelijk zionisme voortgekomen, waarover verderop meer.

Waar komt de bedelingenleer vandaan?

De bedelingenleer is jonger dan veel mensen denken. Ze gaat terug op John Nelson Darby (1800-1882), een Anglo-Ierse predikant die rond 1831 de anglicaanse kerk verliet en een leidende figuur werd onder de Plymouth Brethren. Darby was een toegewijd man, die oprecht terugverlangde naar de eenvoud van de eerste gemeente. Maar tijdens conferenties in het Ierse Powerscourt (1831-1833) bracht hij ook een nieuwe kijk op de Bijbel naar buiten: de beloften aan Israël zouden niets met de gemeente te maken hebben, en de gemeente zou vóór de verdrukking worden opgenomen.2 Vóór die tijd is deze gedachte in de kerkgeschiedenis nauwelijks terug te vinden.

Tijdens Darbys reizen naar Noord-Amerika viel de leer daar in vruchtbare aarde. In 1888 zette de Amerikaan Cyrus I. Scofield (1843-1921) haar in een helder schema, in een boekje met de titel Rightly Dividing the Word of Truth, ontleend aan 2 Timotheüs 2:15. Onthoud die titel even, want we komen er verderop op terug.3 In 1909 volgde de Scofield Reference Bible, een King James-Bijbel met Scofields uitleg op dezelfde bladzijde als de Bijbeltekst.4 Vergelijk het met de kanttekeningen bij de Statenvertaling, maar dan een stap verder: voor veel lezers was niet meer te zien waar Gods Woord ophield en waar de uitleg van een mens begon. Er werden miljoenen exemplaren van verspreid.

Via Bijbelscholen als het Dallas Theological Seminary, opgericht door een leerling van Scofield, ging het schema de hele evangelische wereld over.5 Het voedde ook het christelijk zionisme: al in 1891 vroeg de evangelist William Blackstone, een voorvechter van deze leer, de Amerikaanse president om Palestina "terug te geven" aan de Joden.6 Meer daarover lees je in Hoe kijken wij naar Israël?. En boeken en films als Left Behind, met christenen die plotseling verdwijnen en auto's zonder bestuurder, bepaalden voor een hele generatie hoe men zich de wederkomst voorstelt.1

Ook in Nederland is de invloed groot, vooral in evangelische kringen, mede doordat de Amerikaanse prediker Peter Ruckman (1921-2016) de leer in de vorige eeuw nieuw leven inblies.7 Veel eindtijdsprekers zijn er in meer of mindere mate door gevormd, vaak zonder dat ze het zelf doorhebben. We waarderen hun liefde voor de Schrift en hebben er zelf ook veel van geleerd, maar op meerdere punten is hun uitleg niet met de Bijbel te rijmen. Sommigen van ons hebben het zelf meegemaakt: de kennis van al die schema's groeide, maar de hoogmoed groeide mee. De kennis maakt opgeblazen, en het is de liefde die opbouwt (1 Korinthe 8:1).

Wat betekent het woord "bedeling" eigenlijk?

Laten we bij het woord zelf beginnen. Het Griekse woord achter "bedeling" is oikonomia, van oikos, huis, en nomos, regel. Ons woord "economie" komt ervan. Het betekent: het beheer van een huishouding. Een oikonomos was een rentmeester, aan wie de heer des huizes zijn goederen toevertrouwde om ze uit te delen. Jezus gebruikt het woord in de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester: "Wat moet ik doen, omdat mijn heer dit rentmeesterschap van mij afneemt?" (Lukas 16:3). Kun je iemand een tijdperk afnemen? Natuurlijk niet. Een bedeling is geen tijdvak, maar een taak: de manier waarop iets wordt beheerd en uitgedeeld. Paulus gebruikt hetzelfde woord voor zijn eigen roeping:

„als u tenminste gehoord hebt van de uitdeling van de genade van God die aan mij gegeven is ten behoeve van u”
Efeze 3:2

Waar de Statenvertaling "bedeling" had, kozen de vertalers van de Herziene Statenvertaling hier heel treffend voor "uitdeling". Ook Petrus roept alle gelovigen op om elkaar te dienen "als goede beheerders van de veelsoortige genade van God" (1 Petrus 4:10). En zelfs in Efeze 1:10, waar de "bedeling van de volheid van de tijden" wel met tijd verbonden is, gaat het niet om het opknippen van de geschiedenis, maar juist om "alles weer in Christus bijeen te brengen".

Een bedeling is dus een bediening: de manier waarop God door Zijn dienaren Zijn genade uitdeelt. Noach, Mozes, de profeten, Johannes de Doper en de apostelen hadden ieder een eigen taak, een eigen publiek en een eigen moment. De hand die uitdeelt verandert, maar het brood blijft hetzelfde. En dat Brood heeft een Naam: "Ik ben het Brood des levens", zegt Jezus (Johannes 6:35).

„En ik zag een andere engel, die hoog aan de hemel vloog. En hij had het eeuwige Evangelie, om dat te verkondigen aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie, stam, taal en volk.”
Openbaring 14:6

Eén evangelie, door alle tijden heen

In het schema van de bedelingenleer heeft elke periode haar eigen beproeving. Sommigen, zoals Peter Ruckman, leren zelfs dat er per bedeling een andere weg van redding is: vroeger geloof plus werken, nu geloof alleen.7 Maar Johannes ziet een engel die "het eeuwige Evangelie" verkondigt aan elke natie, stam, taal en volk (Openbaring 14:6). Het eeuwige Evangelie. Wat eeuwig is, verandert niet, en kán ook niet veranderen. Anders was het niet eeuwig.

Vergelijk het met wat we van God Zelf belijden. Als we zeggen dat God van eeuwigheid tot eeuwigheid dezelfde is, bedoelen we toch ook niet dat Hij verandert zoals het weer? "Want Ík, de HEERE, ben niet veranderd" (Maleachi 3:6). Zo is het ook met Zijn Evangelie. Het werd al "eertijds aan Abraham" verkondigd (Galaten 3:8), en in Hebreeën 11 klinkt vers na vers hetzelfde refrein: door het geloof. Abel, Henoch, Noach, Abraham, Mozes, ze werden allemaal op dezelfde manier gerechtvaardigd. Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde, en tot in eeuwigheid (Hebreeën 13:8).

In ons artikel De vijf verbonden lopen we dit stap voor stap na. De verbonden verschillen en de bedieningen verschillen, maar de rode draad is één en dezelfde: genade, door geloof.

"Mattheüs is niet voor ons"

Een van de meest ingrijpende gevolgen van de bedelingenleer is dat grote delen van de Bijbel "niet voor ons" worden verklaard. Het Evangelie naar Mattheüs zou vooral voor de Joden geschreven zijn. Scofield schreef bij de Bergrede dat die "in haar primaire toepassing noch het voorrecht noch de plicht van de gemeente" geeft, want die "vind je in de brieven".8 En Mattheüs 24, het hoofdstuk waarin Jezus zelf de eindtijd uitlegt, zou alleen gaan over de Joden in de verdrukking, want de gemeente is dan immers al opgenomen.

Sommigen gaan nog verder. Dan blijven alleen de brieven van Paulus over als onderwijs voor de gemeente, en in de meest doorgevoerde vorm, die van de Engelse theoloog E.W. Bullinger, zelfs maar een deel daarvan.1 Zo houd je misschien een vijfde van de Bijbel over dat werkelijk "voor ons" bedoeld zou zijn. Begint er al iets te kriebelen? Klopt dit wel?

Kijk eens hoe Mattheüs eindigt. De opgestane Heere stuurt Zijn discipelen erop uit:

„Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.”
Mattheüs 28:19-20

Al de volken, dus ook wij heidenen. En wat moeten zij leren? Alles wat Jezus geboden heeft. Daar hoort de Bergrede bij, en daar hoort Mattheüs 24 bij. En die opdracht loopt door "tot de voleinding van de wereld", dwars door de tijd van de gemeente heen.

Paulus zelf zou van die tweedeling ook niets begrijpen. Hij schrijft aan Timotheüs dat wie "zich niet houdt aan de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus", een andere leer brengt (1 Timotheüs 6:3). En wie zijn onderwijs over de wederkomst naast Mattheüs 24 legt, ziet dat Paulus gewoon voortbouwt op wat Jezus leerde. Paulus schrijft "met een woord van de Heere" (1 Thessalonicenzen 4:15), en spreekt over de bazuin en het bijeenbrengen van de gelovigen (vergelijk 1 Thessalonicenzen 4:16-17 met Mattheüs 24:31), over de dag die komt als een dief in de nacht (1 Thessalonicenzen 5:2 en Mattheüs 24:43), en over de weeën (1 Thessalonicenzen 5:3 en Mattheüs 24:8). Het is één en hetzelfde onderwijs.

Bovendien noemt Jezus de mensen die in de verdrukking staande blijven "de uitverkorenen" (Mattheüs 24:22, 24 en 31). Dat is precies het woord dat Paulus voor de gelovigen gebruikt (Romeinen 8:33; Kolossenzen 3:12). En in Romeinen 11:7 maakt Paulus juist onderscheid tussen Israël en de uitverkorenen: "Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen." De Schrift zegt het zelf: "Want alles wat eertijds geschreven is, is tot onze onderwijzing eerder geschreven" (Romeinen 15:4). En: "Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig" (2 Timotheüs 3:16). Heel de Schrift, niet een vijfde.

Het Woord recht snijden

Weet je nog de titel van Scofields boekje uit 1888? Rightly Dividing the Word of Truth, het Woord van de waarheid op de juiste manier verdelen. Het komt uit 2 Timotheüs 2:15, en dat vers is zo ongeveer het lijfvers van de bedelingenleer geworden. In de King James-vertaling staat daar "rightly dividing", en dat werd uitgelegd als: de Bijbel op de juiste manier in tijdperken opdelen, en goed bepalen welk deel voor Israël is en welk deel voor de gemeente. Ook in Nederland hoor je het vaak: je moet het Woord "recht snijden".

„Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt.”
2 Timotheüs 2:15

Maar wat betekent dat, recht snijden? Het Griekse woord is orthotomeo, van orthos, recht, en temno, snijden. De nadruk ligt niet op het snijden, maar op het rechte. In de Griekse vertaling van het Oude Testament komt hetzelfde woord voor in Spreuken 3:6: "Ken Hem in al je wegen, dan zal Híj je paden rechtmaken." Het beeld is dat van een wegenbouwer die een rechte weg door het landschap aanlegt, of van een boer die een rechte voor door zijn akker ploegt. Het Woord recht snijden betekent dus: het Woord zuiver en rechtlijnig hanteren, zonder het te verbuigen. Niet de Bijbel in stukken knippen, maar er een rechte weg doorheen volgen, van Genesis tot Openbaring. En die weg leidt naar Christus.

Lees ook eens de verzen die erop volgen. Paulus waarschuwt voor "onheilige, inhoudsloze praat" en noemt twee mannen, Hymeneüs en Filetus: "Zij zijn van de waarheid afgeweken door te beweren dat de opstanding reeds heeft plaatsgevonden, en breken het geloof van sommigen af" (2 Timotheüs 2:16-18). Is dat niet opvallend? Het vers dat de basis werd voor een heel tijdschema, staat midden in een waarschuwing tegen mensen die de opstanding op het verkeerde moment in de tijd plaatsten, en daarmee het geloof van anderen afbraken.

Daar zit een eenvoudige les in: laat de schaar in de la liggen als je de Bijbel leest. Bijna elke dwaling is begonnen met een tekst of een hoofdstuk dat uit zijn verband werd geknipt. Recht snijden is daar het tegenovergestelde van: alles laten staan in zijn samenhang, en Schrift met Schrift vergelijken.

Het gevaar: voorbij aan het nieuwe verbond

Waarom waarschuwen we hier zo nadrukkelijk voor? Niet omdat we een discussie willen winnen, maar omdat dit schema Christus stap voor stap uit het middelpunt duwt, vaak zonder dat je het merkt. Het begint met een handig overzicht, maar voor je het weet ga je aan het nieuwe verbond voorbij.

In Jeremia 31 belooft God een nieuw verbond "met het huis van Israël en met het huis van Juda" (vers 31). In de klassieke bedelingenleer wordt die belofte vaak naar de toekomst verschoven: het zou een verbond zijn met het aardse Israël, dat pas in het duizendjarig rijk werkelijk in werking treedt. De gemeente zou er hooguit van meegenieten, en sommige leraren spraken zelfs van twee nieuwe verbonden. Maar Jezus nam bij het laatste avondmaal de beker en zei tegen Zijn discipelen: "Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt" (Lukas 22:20). Paulus noemt zichzelf een dienaar van het nieuwe verbond (2 Korinthe 3:6). En de Hebreeënbrief haalt Jeremia 31 aan en past het toe op het heden: "Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmee het eerste oud gemaakt" (Hebreeën 8:13).

Het nieuwe verbond wacht dus niet op een verre toekomst. Het is nu in werking, in Zijn bloed, en God schrijft door Zijn Geest Zijn wet in het hart van ieder die gelooft. Wie dat verbond doorschuift naar een aards rijk, loopt voorbij aan het kruis, het hart van het nieuwe verbond. En in Jezus Christus horen ook wij bij het "huis van Israël" waar Jeremia over spreekt, zoals we uitleggen in Hoe kijken wij naar Israël?.

„Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader, maar u neemt Mij niet aan. Als een ander komt, in zijn eigen naam, die zult u aannemen.”
Johannes 5:43

Een Messias, maar niet de Gekruisigde

Hier wordt het pijnlijk. Als het oude, aardse programma voor Israël weer moet beginnen, dan verwacht je ook een herbouwde tempel in Jeruzalem met een herstelde offerdienst. Volgens de klassieke bedelingenleer worden er zelfs in het duizendjarig rijk weer dieren geofferd. Veel christenen volgen daarom elke stap richting een derde tempel met blijdschap, alsof daarmee Gods plan in vervulling gaat. Ondertussen verwacht het rabbijnse jodendom nog altijd de komst van de Messias, maar niet Jezus de Gekruisigde. Zo staan christenen, zonder het te beseffen, mee te verlangen naar een messias die niet Hij is Die doorstoken werd.

Maar de Bijbel is helder: "Waar er nu vergeving voor is, is er geen offer voor de zonde meer nodig" (Hebreeën 10:18). Een herstelde offerdienst is geen vervulling van de profetie, maar een ontkenning van het volbrachte werk van Christus. Jezus waarschuwde er al voor dat men Hem niet zou aannemen, maar een ander die in zijn eigen naam komt wél (Johannes 5:43). In Mattheüs 24 spreekt Hij over valse christussen die zulke grote tekenen doen, dat zelfs de uitverkorenen misleid zouden worden als dat mogelijk was (vers 24). En Paulus beschrijft de mens van de wetteloosheid, die "als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet" (2 Thessalonicenzen 2:4).

De antichrist komt niet als een beestachtig monster dat iedereen meteen herkent. Hij zal zich voordoen als de lang verwachte redder, en vrede brengen in Jeruzalem. Wie geleerd is om uit te kijken naar een tempel en een messias in Jeruzalem, zonder de vraag te stellen wélke messias, is juist voor die misleiding extra kwetsbaar. Voor ons is er geen andere Messias dan Jezus Christus, en Die gekruisigd (1 Korinthe 2:2).

„Maar hun gedachten werden verhard, want tot op heden blijft diezelfde bedekking bij het lezen van het Oude Testament, zonder te worden weggenomen. Die bedekking wordt tenietgedaan in Christus.”
2 Korinthe 3:14

Een bedekking die steeds dikker wordt

Paulus schrijft over een bedekking die op het hart ligt wanneer het Oude Testament gelezen wordt zonder Christus. De bedelingenleer werkt op een vergelijkbare manier. Bij elk vers lees je mee met de vraag: is dit voor Israël of voor de gemeente? En hoe verder je erin raakt, hoe meer van de Bijbel er voor je stil valt. De Bergrede is niet voor jou. Mattheüs 24 is niet voor jou. De Hebreeënbrief en de brief van Jakobus zijn voor Joodse gelovigen. Openbaring is vanaf hoofdstuk 4 niet meer voor jou, want dan ben je immers al opgenomen. Tot er nog maar een klein stukje Schrift overblijft dat werkelijk tot je spreekt, en je niet eens meer merkt wat je kwijt bent.

Maar Jezus zegt aan het einde van Openbaring: "Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om bij u in de gemeenten van deze dingen te getuigen" (Openbaring 22:16). Heel het boek is voor de gemeenten bedoeld. Gods Woord is één geheel, en het wil in zijn geheel tot je spreken.

Het goede nieuws is dat de bedekking weggenomen kan worden. "Maar wanneer het zich tot de Heere bekeert, wordt de bedekking weggenomen" (2 Korinthe 3:16). Je opnieuw naar Hem toe keren en je denken door Zijn Woord laten vernieuwen, daar gaat het om. En de zalving die je van Hem ontvangen hebt, de Heilige Geest, onderwijst je in alle dingen (1 Johannes 2:27). Je hebt geen schema nodig om de Bijbel te begrijpen. Je hebt de Geest van de waarheid, en Hij wijst je naar Jezus.

„Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.”
Johannes 16:33

Is de verdrukking niet voor christenen?

Veel christenen geloven dat de gemeente wordt weggenomen voordat de grote verdrukking begint. "Wij zijn er dan toch niet meer." Dat klinkt geruststellend, maar wat zegt de Bijbel? Jezus zegt tegen Zijn discipelen: "Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en u doden, en u zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn Naam" (Mattheüs 24:9). De uitverkorenen worden bijeengebracht "meteen na de verdrukking van die dagen" (Mattheüs 24:29-31), "bij de laatste bazuin" (1 Korinthe 15:52). De laatste, niet een geheime bazuin drieënhalf jaar eerder. En Paulus schrijft over "onze vereniging met Hem" (2 Thessalonicenzen 2:1), en zegt dan:

„Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is”
2 Thessalonicenzen 2:3

Duidelijker kan het niet: onze vereniging met de Heere komt pas nadat de antichrist zich heeft geopenbaard. Ook Openbaring laat de gelovigen in de verdrukking zien: een grote menigte uit alle volken, "die uit de grote verdrukking komen", met gewaden die wit gemaakt zijn in het bloed van het Lam (Openbaring 7:14), en heiligen die "het geloof in Jezus" in acht nemen (Openbaring 14:12). Wie zijn dat anders dan christenen?

Maar heeft God ons dan niet beloofd dat wij niet bestemd zijn tot toorn (1 Thessalonicenzen 5:9)? Zeker, maar verdrukking en toorn zijn niet hetzelfde. De verdrukking komt van satan en de antichrist, de toorn komt van God, en die breekt pas aan ná de verdrukking (Openbaring 6:12-17). En "bewaren voor het uur van de verzoeking" (Openbaring 3:10) is iets anders dan wegnemen. Jezus bad: "Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze" (Johannes 17:15).

Waarom is dit zo belangrijk? Wie verwacht er niet meer te zijn, bereidt zich ook niet voor. En Jezus waarschuwt dat er in die tijd "velen struikelen" (Mattheüs 24:10). De bruid van het Lam heeft "zich gereedgemaakt" (Openbaring 19:7). Laten wij dat ook doen: elkaar vasthouden, en elkaar steeds weer wijzen op Jezus.

„Maar ik vrees dat, zoals de slang met zijn sluwheid Eva verleid heeft, zo misschien ook uw gedachten bedorven worden, weg van de eenvoud die in Christus is.”
2 Korinthe 11:3

Terug naar de eenvoud in Christus

Dat is uiteindelijk wat de bedelingenleer doet. Ze maakt van het Evangelie een ingewikkeld bouwwerk van tijdperken, volken, opnames en programma's, waarin je een schema nodig hebt om nog te weten wat voor jou geldt. Maar het Evangelie is eenvoudig, zo eenvoudig dat een kind het kan begrijpen. Er is één God, één Middelaar, één volk in Christus, één verbond in Zijn bloed, en één Evangelie, door alle eeuwen heen.

En dat Evangelie is ook vandaag voor jou. Je hoort niet bij Gods volk door je afkomst, je kerk of je kennis van schema's, maar door geloof in de Heere Jezus Christus. Leg je vertrouwen volledig op Hem: op Zijn offer, waarmee Hij de prijs voor jouw zonde heeft betaald, op Zijn werk aan het kruis, dat Hij volbracht heeft, en op het feit dat Hij nu bij de Vader voor je pleit. Je hoeft jezelf niet eerst beter te maken. Het is God die redt, uit genade, door het geloof (Efeze 2:8-9). Wil je meer weten over wie Hij is, lees dan onze pagina Wie is Jezus?.

En wie in Hem is, hoeft niet in angst naar de toekomst te kijken. Wat er ook komt, niets zal ons kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere (Romeinen 8:38-39).

„Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is.”
Lukas 21:28

Een liefdevolle oproep

Misschien denk je na het lezen van dit artikel: met de bedelingenleer heb ik niets te maken. Ik heb er nog nooit van gehoord, en in onze kerk wordt het zeker niet zo genoemd. Maar we zien in steeds meer kerken en bij steeds meer voorgangers en sprekers dat ze onder invloed van deze leer staan, vaak zonder dat ze het zelf doorhebben. Het zit in de manier waarop over aards Israël wordt gesproken, in de verwachting dat de gemeente vóór de verdrukking wordt weggenomen, in tijdlijnen en schema's, in boeken, liederen en preken. Het waait gewoon mee, en voor je het weet heb je het overgenomen.

Daarom deze liefdevolle oproep: onderzoek zelf de Schrift. Volg niet blindelings elke leraar, hoe geleerd of geliefd hij ook is, en dat geldt net zo goed voor ons. Doe zoals de gelovigen in Berea, die het woord "met grote bereidwilligheid" ontvingen en dagelijks de Schriften onderzochten om te zien of het zo was (Handelingen 17:11). Laat de schaar in de la liggen, lees elk vers in zijn verband, en vergelijk Schrift met Schrift. Bid daarbij om de leiding van de Heilige Geest, want Hij leidt je in de hele waarheid (Johannes 16:13).

Wil je hier verder met ons over doorpraten, of heb je vragen? Je bent van harte welkom. En wil je je verder verdiepen, kijk dan de lezingen terug op onze pagina Bijbelstudies. We wensen je Gods zegen bij het lezen van Zijn Woord, want alles daarin wijst naar Jezus Christus.

Bronnen

  1. Dispensationalisme: Scofields definitie en zeven bedelingen, Left Behind, Bullinger · Wikipedia
  2. John Nelson Darby: Plymouth Brethren, Powerscourt-conferenties en reizen naar Noord-Amerika · Wikipedia
  3. C.I. Scofield en zijn boekje "Rightly Dividing the Word of Truth" (1888) · Wikipedia
  4. De Scofield Reference Bible (1909, Oxford University Press) · Wikipedia
  5. Lewis Sperry Chafer, leerling van Scofield en oprichter van Dallas Theological Seminary (1924) · Wikipedia
  6. William E. Blackstone en zijn petitie aan president Harrison (1891) · Wikipedia
  7. Peter Ruckman en zijn leer van een eigen heilsweg per bedeling · Wikipedia
  8. Scofield Reference Notes (editie 1917), aantekening bij Mattheüs 5:2 · Sacred Texts
Stel gerust je vraag

Een vraag over het geloof?

Je bent niet de enige met vragen. Veel mensen vragen zich af wie Jezus is, waarom er lijden bestaat, wat er in de wereld gebeurt of hoe geloof werkt. Hieronder vind je antwoorden op vragen waar mensen al generaties lang mee rondlopen. Staat jouw vraag er niet tussen? Stel hem gerust hieronder.

Misschien wel de belangrijkste, en de mooiste, vraag die je kunt stellen. Want Jezus is geen verhaal van lang geleden, maar Iemand die je vandaag echt mag leren kennen. Heeft Hij werkelijk bestaan? En als dat zo is, wie is Hij dan voor jou? We nemen je daar graag in mee, van het historische bewijs dat Hij geleefd heeft tot wat het voor je leven kan betekenen om Hem persoonlijk te kennen.

Lees verder op de pagina Wie is Jezus?

Het korte antwoord is: om onze zonde. Maar wat is zonde eigenlijk? Het gaat niet in de eerste plaats om de losse dingen die misgaan, zoals een leugen of iets wat je ooit hebt gestolen. Dat zijn eerder de gevolgen; het werkelijke probleem zit dieper.

Het begon al in het paradijs. God gaf de mens bewust een vrije keuze, want zonder vrijheid is er geen echte liefde en geen echte relatie mogelijk; je zou niet meer dan een robot zijn. Maar de mens koos zijn eigen weg en keerde God de rug toe. En precies dat is de kern van zonde: niet zozeer één verkeerde daad, maar dat we bij God zijn weggelopen en de relatie met Hem hebben losgelaten.

En juist die relatie wilde God herstellen. Het bijzondere is dat wij dat herstel niet zelf kunnen verdienen, hoe hard we ook ons best doen. Daarom deed God het zelf: Jezus stierf aan het kruis om weg te nemen wat tussen ons en God in stond. Niet omdat wij het verdienden, maar uit liefde. „Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16). Jezus stierf dus niet omdat je het verdiende, maar omdat je geliefd bent. En God wil die relatie ook met jou herstellen.

Deze vraag komt misschien vaak bij je op wanneer je het nieuws volgt. Wat gebeurt er toch allemaal? Soms lijkt het wel of iedereen doordraait. Het is een begrijpelijke vraag, en er is ook een antwoord op. Dat vinden we in de Bijbel.

Veel van wat we om ons heen zien, raakt aan wat de Bijbel de eindtijd noemt: de periode die toeloopt naar de terugkomst van Jezus. Dat klinkt misschien spannend, maar het is vooral een boodschap van hoop. Het laat zien dat de geschiedenis niet stuurloos is, maar in Gods handen ligt, en dat Hij de wereld eens helemaal nieuw zal maken.

In onze gemeente hebben we hier een serie Bijbelstudiemiddagen aan gewijd, waarin de eindtijd uitgebreid aan bod komt. Je vindt ze op de pagina hieronder.

Bekijk de Bijbelstudies over de eindtijd

Wat een super mooi verlangen. De doop is een feestelijk moment waarop je openlijk laat zien dat je bij Jezus hoort en Hem wilt volgen. En het is niet alleen een mooi moment om te beleven; het is net zo waardevol om ten diepste te begrijpen wat de Bijbel over de doop leert.

In de Bijbel volgt de doop namelijk op het geloof. Een mooi voorbeeld staat in Handelingen 8. Filippus ontmoet daar een kamerheer uit Ethiopië die in de Schriften zit te lezen zonder ze te begrijpen. Filippus legt hem uit wat er staat en vertelt hem over Jezus. Zodra de kamerheer tot geloof komt, ziet hij water langs de weg en vraagt hij of hij gedoopt mag worden, en zo gebeurt het: hij wordt gedoopt op grond van zijn geloof. Eerst dus het onderwijs uit de Schriften en het geloof, en daarna pas de doop.

Wat er bij de doop gebeurt, legt Paulus uit in Romeinen 6. Door onder te gaan in het water beeld je uit dat je oude leven met Christus gestorven is en dat je samen met Hem opstaat in een nieuw leven (Romeinen 6:3-4). Dat opstaan in een nieuw leven gebeurt eigenlijk al bij de wedergeboorte, het moment waarop je tot geloof komt en God je van binnenuit nieuw maakt. De waterdoop laat die innerlijke werkelijkheid zichtbaar zien.

Maar denk niet dat het daarmee alleen een mooi gebaar is. De doop is geen droge handeling zonder uitwerking, en God heeft hem ook niet ingesteld om enkel een bijzonder moment te beleven en verder niets. Je maakt openlijk bekend, voor de mensen om je heen en in de geestelijke wereld, dat je van Jezus bent. Het is een daad met gewicht, die ook in het onzichtbare gezien en gehoord wordt.

Hoe de doop precies in zijn werk gaat en wat het betekent, bespreken we graag samen. En we maken ook graag eerst kennis met je. Als gemeente dragen we namelijk mede de verantwoordelijkheid dat iemands getuigenis en belijdenis van het geloof oprecht is, en juist daarom leren we elkaar eerst graag goed kennen.

Neem contact op om een afspraak te maken

Dit is misschien wel de moeilijkste vraag die er is, en we willen er eerlijk over zijn: de Bijbel geeft geen kant-en-klaar antwoord dat alle pijn in één keer verklaart. Maar de Bijbel laat ons ook niet met lege handen staan.

Om te beginnen: God is niet de oorzaak van het lijden. Toen de mens zich van God afkeerde, raakte niet alleen ons eigen hart beschadigd, maar de hele wereld. Lijden, onrecht en dood horen niet bij hoe God het bedoeld heeft; ze zijn een gevolg van die gebrokenheid. God heeft het kwaad dus niet gewild, al geeft Hij ons wel de vrijheid waarin het kan bestaan.

Vaak vragen we ook: waarom laat God dit dan toe? Maar eerlijk gezegd zoeken we daarmee soms een excuus voor de keuzes die wij zelf maken. Veel van het lijden in de wereld komt namelijk niet van God, maar uit onze eigen handen. Neem oorlog: als we daar morgen mee zouden stoppen, was er vrede. God houdt de wapens niet vast, dat doet de mens.

Het bijzondere van het christelijk geloof is dat God het lijden niet van een afstand bekijkt. In Jezus is Hij zelf mens geworden en heeft Hij verdriet, pijn en zelfs de dood gekend. Je hebt dus geen God die het niet snapt, maar Eén die er middenin is geweest en naast je wil staan.

En de Bijbel belooft dat dit niet het einde is. Er komt een dag waarop God alles nieuw maakt, waarop Hij elke traan van de ogen afwist en er geen dood, verdriet of pijn meer zal zijn (Openbaring 21:4). Zodat het wordt zoals God het bedoeld heeft. Tot die tijd mogen we, juist ook met onze waaroms, bij Hem schuilen.

Staat je vraag er niet bij? Zoek ook eens in onze artikelen

Stel hem hieronder, dan nemen we persoonlijk contact met je op.

We gaan zorgvuldig met je gegevens om en reageren persoonlijk.